Bestaan van meridianen ook vanuit de Westerse wetenschap bewezen,
blijkt uit radioactief tracingsonderzoek!

Een sterk vermoeden rijst dat het stelsel van meridianen en acupunctuurpunten afstamt van het groei controle systeem welke in de ontwikkeling van het embryo een belangrijk regulerend en controlerend systeem voor de groei is.

Sinds 1978 proberen wetenschappers via radioactieve tracing methoden aan te tonen, dat acupunctuurpunten en meridianen een anatomische substraat hebben.[1] Verschillende onderzoekers lieten zien dat na het inspuiten van een radioactieve tracer een duidelijke lijn zichtbaar werd welke correspondeerde met één van de meridianen.[2] Tegenstanders zeggen dat deze lijnen de lymfevaten of venen representeren. In de ‘Journal of Nuclear Medicine’ van 1992 is een artikel gepubliceerd waarin met radioactieve stoffen de meridianen werden onderzocht. De resultaten van dit onderzoek wijzen duidelijk op het fysieke bestaan van de meridianen. In hetzelfde tijdschrift worden de tot nu toe bekende onderzoeken op het gebied van het aantonen van meridianen d.m.v. radioactieve tracing samengevat.

Verschillende onderzoeksgroepen uit Frankrijk[3], Roemenië, China en Spanje[4] hebben onafhankelijk van elkaar vergelijkbare resultaten verkregen na het injecteren van radioactieve tracers in acupunctuurpunten. De meest gebruikte radioactieve stof, natrium pertechnaat, wordt na het lokaliseren van een acupunctuurpunt op een diepte van 3-5 mm ingespoten. Een langzame lineaire migratie wordt dan waargenomen tot een afstand van ongeveer 30 cm. Een controle-injectie in een niet-acupunctuurpunt laat alleen een centrifugale diffuse verspreiding van de tracer zien.

Het tegenargument dat deze verspreiding via de aderen geschiedt, wordt weerlegd door een aantal experimentele studies.[5] De migratie van de radioactieve stof vanuit een acupunctuurpunt is langzaam (ongeveer 3 tot 5 cm per minuut), in tegenstelling tot het vasculaire transport. Als de tracer in een ader wordt gespoten, volgt de tracer direct de veneuze route en is de radioactieve stof verdwenen in minder dan een minuut. De migratie van de radioactieve stof gespoten in een acupunctuurpunt vereist enkele minuten, waarna het signaal langzaam verdwijnt in tientallen minuten. Ook is radioactief Technetium ingespoten in een acupunctuurpunt en tegelijkertijd een ander radioactieve stof ingespoten in de ernaast liggende vene. Twee verschillende beelden werden verkregen, waarin de routes als ook de snelheid en de verdwijning van de tracers verschilden. Vaak wordt na het inspuiten van een tracer in de acupunctuurpunten “Galblaas 36” en “Maag 41” een anterograde én retrograde migratie gezien via de meridianen; dit maakt een veneuze migratie erg onwaarschijnlijk. Een ander onderzoek laat zien dat na het inspuiten van een radioactieve tracer in “Dikke Darm 18” een migratie vertoont naar de bovenlip, dit is de tegenovergestelde richting van de veneuze circulatie.

Ook blijkt dat transport van de tracers via meridianen niet te verklaren is vanuit transport via de lymfevaten. Om lymfevaten en –klieren aan te tonen, wordt lymfografie gebruikt: een radioactieve tracer wordt tussen de grote en de tweede teen ingespoten. In dit gebied ligt ook het acupunctuurpunt “Lever 2”, op de levermeridiaan die loopt aan de binnenkant van het been. Het tracerverloop was duidelijk verschillend tussen de injectie in Lever 2 en de plaats voor de lymfografie. Na 2 uur was er geen tracing te vinden in lymfeklieren, na het inspuiten van Lever 2, terwijl de injectie volgens de klassieke lymfografie duidelijk de lymfevaten en –klieren aankleurde.

Een andere studie liet zien dat wanneer patiënten met een eenzijdige nierziekte werden ingespoten in acupunctuurpunten van de niermeridiaan aan beide kanten van het lichaam, het tracingpatroon tussen links en rechts zeer verschillend was.peridcard meridiaan rash

Uit al dit laboratoriumonderzoek blijkt duidelijk dat meridianen geen hypothetische constructen zijn die de Chinezen indertijd als filosofisch concept bedachten, maar dat meridianen daadwerkelijk ook fysiek bestaan.

niermeridianen rashTenslotte vermelden we een klinisch fenomeen dat het fysieke bestaan van meridianen ondersteund, de zogenaamde lineaire rashes. lineaire rode huidverkleuringen die de meridianen volgen.

Meridianen kunnen dus soms gezien worden bij bepaalde huidaandoeningen. Hier zien we een afbeelding van een rode huidverkleuring bij een patiënt die naar de dermatoloog van en Londense kliniek ging om voor deze uitslag behandeld te worden. [6] Het zal de acupuncturist duidelijk zijn dat hier gaat om een verkleuring van de pericardmeridiaan en de niermeridiaan.   Boeiend is ook dat beide meridianen via de meridiaanklok verbonden met elkaar zijn, dat de energie dus aansluitend door beide meridianen vloeit om zo arm en been te verbinden. Er zijn in de literatuur meer beschrijvingen van deze ‘rashes’ te vinden, die duiden op een materiele basis voor de meridianen.

1. Editorial. Nuclear medicine and acupuncture message transmission. J. Nucl. Med. 1992; 33:409-412.

2. Kovacs FM, Gotzens V, Garcia A, Garcia F, Mufraggi N, Prandi D, Setoain J, San Roman F. Experimental study on radioactive pathways of hypodermically injected technetium-99m. J. Nucl. Med. 1992 Mar;33(3):403-7.

3. Bagu V, Bugeac G, Vasile A, et al. Aspect préliminaire dans l’etude, á l’aide de la méridecine nucléaire, des points d’acupuncture, de la circulation sur les méridiens et leurs rapports avec les organs correspondants. Congrès international d’acupuncture. Brno-Tchécoslovaquie 2 Juin 1981.

4. Kovacs FM, Gotzens V, Garcia A, Garcia F, Mufraggi N, Prandi D. Acupuncture and radioactive pathways of hypodermically injected technetium-99m. J. Nucl. Med. 1992 Nov;33(11):2060.

5. de Vernejoul P, Darras JC, Beguin C, Cazalaa JB, Daury G, de Vernejoul J. Isotopic approach to the visualization of acupuncture meridians Agressologie 1984 Nov;25(10):1107-11.

6. Richard James. Linear Skin Rashes and the Meridians of Acupuncture T he European Journal of Oriental Medicine 1(1); 42-46, 1993

 

Modern fMRI onderzoek bewijst: acupunctuurpunten bestaan!

 

Het is indrukwekkend om te zien dat met diverse nieuwe technieken nu eindelijk het bestaan van acupunctuurpunten aangetoond is. En dat niet met een artikeltje, maar met een hele reeks van artikelen, geschreven door verschillende onderzoeksgroepen over de hele wereld.

 

Een van die nieuwe afbeeldende technieken is de zogenaamde functionele MRI, die bijvoorbeeld laat zien hoe de functie van bepaalde delen van het centrale zenuwstelsel verandert tijdens het toedienen van specifieke acupunctuurprikkels. Er zijn inmiddels enkele publicaties verschenen in belangrijke tijdschriften die laten zien dat het stimuleren van bepaalde klassieke acupunctuurpunten zoals bijvoorbeeld Dikke Darm 4 op de hand en Blaas 67 op de voet specifieke veranderingen veroorzaken in het centrale zenuwstelsel, met name in de hersenschors. Deze studies tonen dus aan dat acupunctuurpunten gewoon bestaan!

 

In een recente studie, gepubliceerd in 2002 in het toonaangevende blad ‘Neuroscience Letters’, bekeek men de effecten van het stimuleren van acupunctuurpunt ‘Blaas 67’ op de functie van de visuele cortex in een placebo gecontroleerde proefopzet. Er werd een zeer specifiek effect gevonden in de visuele schors van de hersenen. Dit effect kon ook in een dierexperiment op biochemisch niveau gereproduceerd worden. Zoals bekend is vanuit de Traditionele Chinese Geneeskunde wordt de blaasmeridiaan in verband gebracht met diverse oogfuncties, daar de meridiaan begint aan de kleine teen en rond het oog eindigt. Verder zijn er recent nog uit andere onderzoeksgroepen resultaten gevonden die aangeven dat acupunctuur inderdaad op hersenniveau direct het metabolisme beïnvloed.

 

Uit al deze recente experimenten blijkt: dat het zogenaamde Tingpunt van de Blaasmeridiaan (Blaas 67)

  • een duidelijk effect heeft op de functie (verhoogt de activiteit in de visuele cortex) en op
  • de structuur (verhoogt de expressie van een bepaald gen, c-Fos) van de visuele hersenschors!

 

Deze recente bevindingen werpen nieuw licht op de acupunctuureffecten dat het prikken van bepaalde punten op afstand (de ‘distant points’), aan het andere uiteinde van het lichaam effecten in de hersenen kan bewerkstelligen. De beide onderzoeken vormen daarom een belangrijke mijlpaal in het verkrijgen van een beter begrip rond de neurofysiologische mechanismen van de acupunctuurbehandeling. Naast deze onderzoeken zijn er nog een handvol studies verricht, die alle dezelfde soort resultaten lieten zien: acupunctuurpunten hebben specifieke effecten in het centrale zenuwstelsel. Vergelijkbare effecten werden ook gevonden in bepaalde diermodellen.

 

Hieronder worden een aantal van deze recente studies in wat meer detail besproken.

 

Siedentopf, C. M.; Golaszewski, S. M.; Mottaghy, F. M.; Ruff, C. C.; Felber, S.; Schlager, A.  Functional magnetic resonance imaging detects activation of the visual association cortex during laser acupuncture of the foot in humans.  Neurosci. Lett.  2002; 327: 53-6. 


Deze studie is een voorbeeld van een ‘klein maar fijn’ studie die aantoont dat acupunctuurpunten een duidelijke eigen specifieke fysiologische activiteit op centraal niveau van de hersenen hebben.

 

Het doel van deze studie was om het effect van acupunctuur te bestuderen op activatie van cerebrale functies. Men maakte gebruik van functionele MRI (fMRI) om vast te leggen in hoeverre laseracupunctuur op een specifiek punt, namelijk Blaas 67 een functioneel antwoord op centraal niveau kon bewerkstelligen. Men paste daartoe laseracupunctuur toe op dit Blaas 67 punt van de linker voet en vergeleek dat met placebo laseracupunctuur op een niet-acupunctuur locatie op de voet. De blaasmeridiaan loopt van de kleine teen via de rug tot bij de mediale ooghoek en bepaalde punten op de blaasmeridiaan worden onder andere gebruikt bij het behandelen van bepaalde oogaandoeningen. Men gebruikte in dit onderzoek 10 gezonde vrijwilligers. Bij het stimuleren met een laserpen van het Blaas 67 punt vond men een duidelijke centrale activatie van het corticale hersengebied in het zogenaamde Brodmann areaal (BA) 18 en in een ander hersengebied, de mediale occipitale gyrus, Brodmann 19 aan dezelfde kant (ipsilateraal) van de stimulus. De placebo stimulatie liet geen specifieke activiteit zien.

 

Blaas 67 is ook vaker onderzocht met elektrofysiologische en biochemische methodieken in proefdieren. Aansluitend aan dit onderzoek bij menselijke vrijwilligers bekeek dezelfde groep de effecten van het stimuleren van Blaas 67 op biochemische parameters in een diermodel.

 

Lee H, Park HJ, Kim SA, Lee HJ, Kim MJ, Kim CJ, Chung JH, Lee H. Acupuncture stimulation of the vision-related acupoint (Bl-67) increases c-Fos expression in the visual cortex of binocularly deprived rat pups. Am.. J. Chin. Med. 2002;30(2-3):379-85.

De groep bestudeerde daartoe het effect van het stimuleren van Blaas 67 op de expressie van een bepaald gen in het DNA, namelijk het zogenaamde c-Fos gen in jonge ratten waarbij de ogen verwijderd waren. Het vroeg verwijderen van ogen in dit proefdiermodel leidt namelijk tot een significante vermindering van de expressie van het gen c-Fos in de primaire visuele hersenschors, vergeleken met onbehandelde dieren. Acupunctuurstimulatie van het punt Blaas 67 resulteerde in een significante toename van het aantal cellen dat de zogenaamde c-Fos expressie vertoonde in de primaire visuele cortex, terwijl acupunctuur stimulatie van andere punten geen effect hadden op de c-Fos expressie in deze visuele cortex. Hiermee is aangetoond dat het stimuleren van een bepaald acupunctuurpunt effecten kan hebben tot op DNA niveau en dat door het prikken van bepaalde punten genen aan of eventueel uitgeschakeld worden.

Hui KK, Liu J, Makris N, Gollub RL, Chen AJ, Moore CI, Kennedy DN, Rosen BR, Kwong KK. Acupuncture modulates the limbic system and subcortical gray structures of   the human brain: evidence from fMRI studies in normal subjects. Hum. Brain Mapp. 2000;9(1):13-25.
 
Onderzoekers van het NMR Centrum van de bekende Harvard Medical School in Boston , USA, stimuleerden één van de belangrijkste acupunctuurpunten, Dikke Darm 4 bij 13 vrijwilligers en vonden specifieke activiteiten, namelijk een afname van centrale activiteit in diepe structuren van de hersenen, het limbische systeem. Deze afname van activiteit kwam alleen voor als het ‘Tae Qi’ gevoel opgewekt werd, en veranderde in een activatie signaal bij 2 vrijwilligers die pijn ervoeren bij het inbrengen van de naald. De onderzoekers menen dat acupunctuur vermoedelijk werkt, deels omdat het delen van de diepere hersengebieden zoals het limbische systeem, een belangrijk systeem voor o.a. de verwerking van emoties, kan beïnvloeden.

Li G, Cheung RT, Ma QY, Yang ES.   Visual cortical activations on fMRI upon stimulation of the vision-implicated acupoints. Neuroreport 2003 Apr 15;14(5):669-73.

Onderzoekers van de neurologische afdeling van de Universiteit van Hong Kong, verrichtten een fMRI studie naar de effecten van bepaalde de electrische stimulatie van acupunctuurpunten die samenhangen met de functie van de ogen. Net als andere onderzoeksgroepen vonden ook zij positieve activatie in de visuele cortex en inactivatie van temporale en frontale hersengebieden.

Samenvattend blijkt uit onderzoek van verschillende vakgroepen die de modernste beeldvormende technieken ingezet hebben dat acupunctuurpunten specifieke effecten bewerkstelligen in de hersenen. Effecten die de Chinezen duizenden jaren geleden al voorspeld hebben.

                                                                       Bron Ores.nl